Aalter

Aalter herdenkt de Eerste Wereldoorlog, check onze agenda voor WOI-activiteiten in Aalter.


Aalter is qua oppervlakte een van de grootste gemeenten van de provincie Oost-Vlaanderen. Ze bestaat uit de vroegere gemeenten Aalter, Bellem, Lotenhulle, en Poeke. Ga naar www.aalter.be.


Aalter tijdens de Groote Oorlog

De gemeente kreeg al vroeg bezoek van Duitsers, in de zomer van 1914 werden al verkenners gespot. Deze verkenners, Ulanen genoemd, bliezen de spoorweg op en zaaiden onrust in de streek, anderhalve maand voor de oorlog echt uitbrak.
Op 13 oktober van 1914 werd Aalter definitief veroverd, nadat de geallieerde troepen zich hadden teruggetrokken naar Brugge. Er brak paniek uit in het anders zo rustige Aalter, en veel Aalternaren zochten veiliger oorden op. De burgemeester vluchtte naar Nederland.

Tijdens de Duitse bezetting viel Aalter lange tijd onder de Kommandantur die in Beernem gevestigd was, maar op het einde van de Groote Oorlog viel Aalter onder de Kommandantur van Tielt. Veel strijd zag Aalter niet, maar in 1915 werden de Aalternaren opgeschud door een neergestorte Duitse zeppelin in Maria-Aalter. Dit haalde zelfs de internationale pers. Verschillende Duitsers kwamen om en het stak een hart onder de riem van de inwoners in de bezette gebieden.

De bevrijding liep in Aalter niet van een leien dakje. Bij een strategisch bombardement van de geallieerden kwam een Aalterse burger om, en de Duitsers lieten bij hun aftocht weinig heel. Op 18 oktober 1918 bliezen de terugtrekkende Duitsers de kerktoren op, de gemeenteschool in Lotenhulle en verschillende huizen werden geplunderd. De overige Duitse troepen trokken zich de nacht daarop terug in het Loveld. De volgende dag, 19 oktober 1918, werd Aalter bevrijd.


Het Meetjesland tijdens de Groote Oorlog

Na de verovering van Het Meetjesland verschoof het slagveld al snel naar de IJzerstreek. Dat wilde echter niet zeggen dat de Meetjeslanders het goed hadden. Een groot deel van het Meetjesland werd ‘Etappengebiet’. Bewoners van het Etappengebiet waren erg beperkt in hun bewegingsvrijheid. Ze mochten het Etappengebiet enkel verlaten als ze in het bezit waren van een speciale Duitse reispas. De goederen en de mankrachten in het Etappengebiet werden grotendeels opgeëist door de Duitsers, soms voor een schamele vergoeding.

Het Etappengebiet werd opgedeeld in verschillende ‘Kommandanturen’. Deze Duitse besturen werden gevestigd in enkele Vlaamse gemeenten en zorgden ervoor dat de gemeenten ten dienste stonden van het Duitse leger. De meeste Meetjeslandse gemeenten vielen onder de Kommandantur in Eeklo of Ertvelde. Een Duitse Kommandant stond aan het roer van een Kommandantur.

In het verloop van de Groote Oorlog werden sommige gemeenten ‘Operationsgebiet’. Dit gebied lag nog dichter bij het front en werd daarom onderworpen aan nog strengere regels. In het ‘Operationsgebiet’ mocht je zelfs nauwelijks je wijk verlaten zonder in het bezit te zijn van een Duits paspoort.

Het Meetjesland was ook een grensstreek, de Duitsers hielden de grens met het neutrale Nederland dan ook goed in de gaten. In 1915 begonnen de bezetters aan een elektrische versperring over de volledige lengte van de Belgisch-Nederlandse grens. Deze werd ‘Den Draad’ of ‘De Doodendraad’ genoemd. In 1917 vreesde de Duitse bezetter voor een geallieerde aanval vanuit het neutrale Nederland. Daarom bouwden ze langs de grens een bunkerlinie, genaamd de ‘Hollandstellung’. De bunkers zie je vandaag nog overal opduiken in het landschap. De aanval kwam er uiteindelijk niet.


Leer over de andere Meetjeslandse gemeenten in Wereldoorlog I

Aalter - Assenede - Eeklo - Evergem - Kaprijke - Knesselare - Lovendegem - Maldegem - Nevele - Sint-Laureins - Waarschoot - Zelzate - Zomergem