Evergem

Evergem herdenkt de Eerste Wereldoorlog, check onze agenda voor WOI-activiteiten in Evergem 


Evergem ligt ten noordwesten van Gent en telt met Evergem, Sleidinge en Ertvelde drie deelgemeenten, met in totaal negen dorpskernen Ga naar www.evergem.be


Evergem in de Groote Oorlog

Reeds vanaf eind augustus, begin september 1914 kreeg Evergem te maken met de oorlog. De intocht van de Duitsers zou nog even op zich laten wachten, maar Evergem, Ertvelde en Sleidinge stonden net als vele andere gemeenten in voor de opvang van vluchtelingen uit Mechelen en omstreken. De intocht van deze vluchtelingen zou het begin betekenen van 4 jaar vreemde aanwezigheid in de gemeente.

Met de intocht van de Duitsers in oktober werd het dagelijkse leven op zijn kop gezet. Duitsers namen hun intrek in de huizen van belangrijke inwoners, zoals van burgemeester Vermeersch van Ertvelde, maar ook bij de plaatselijke bevolking werden Duitse soldaten ingekwartierd. Zeker in Ertvelde waren de Duitsers altijd en overal aanwezig, aangezien Ertvelde de hoofdplaats was van een Kommandantur voor het Oosten van het Meetjesland. De meest opvallende chef van de Kommandantur was Hauptmann-Kommandant Wemdt. Hij kreeg de bijnaam 'Pierke Zonneblomme' omdat hij niet kon zwijgen over zijn hobby: zonnebloemen kweken.

Via tal van verordeningen en bevelen grepen de Duitsers in in alle façetten van het dagelijkse leven. Goederen die dienst konden doen voor het Duitse leger werden opgeëist. Zeker vanaf 1916 werden deze opeisingen drastisch opgevoerd en verdwenen levensmiddelen, grondstoffen, metalen, … richting Duitse Heer. Deze goederen werden tijdelijk opgeslagen in een depot, ingericht in de gebouwen van de Kuhlmannfabriek in Rieme. Het zorgde ervoor dat mensen dienden over te stappen op vervangproducten, als die al aanwezig waren. Want er heerste schaarste op alle vlakken. Zelfs op het platteland, waar inwoners meer zelfvoorzienend waren dan mensen in de stad, heerste zeker vanaf de tweede helft van de oorlog honger. Wie zelf voedsel produceerde, mocht maar een strikt rantsoen voor zich houden, de rest moest afgegeven worden. Velen probeerden toch een deel achter te houden, voor eigen consumptie of om te verkopen op de zwarte markt. De prijzen schoten de hoogte in.

Maar opeisingen gingen verder dan goederen alleen. Ook jonge mannen en vrouwen werden bevolen werk te leveren voor de Duitsers. Zeker met de bouw van de Hollandstellung vanaf 1917 konden de Duitsers extra werkkrachten, voermannen, e.a. gebruiken. Er werden tientallen bunkers (kazematten) gebouwd op het grondgebied van Ertvelde en Kluizen, waarvan er vandaag nog steeds een aantal zichtbaar zijn.

De bewegingsvrijheid van de inwoners werd fel aan banden gelegd. Wie zich buiten de Kommandantursgrenzen wou begeven, diende hiervoor een pas aan te vragen op het Pasburo in Ertvelde, gevestigd in de Pastorijstraat. Meestal moest men de tocht naar het Pasburo te voet afleggen, want ook motorvoertuigen en fietsen werden opgeëist.

En zo zou het leven 4 jaar lang in Duitse greep blijven, tot de bevrijding in 1918. Sleidinge werd als eerste Evergemse deelgemeente bevrijd op 1 en 2 november 1918. Een dag later werden Evergem en Kluizen bevrijd, weliswaar na een hevige strijd. De Duitsers bleven zich verzetten in Ertvelde en Evergem. De Evergemse kerk werd gedynamiteerd en zwaar beschadigd. De dorpen lagen tot op de dag van de wapenstilstand op 11 november 1918 onder Duits artillerievuur.

In alle deelgemeenten van Evergem werden in de jaren na de Groote Oorlog oorlogsmonumenten en gedenktekens onthuld.


Het Meetjesland tijdens de Groote Oorlog

Na de verovering van Het Meetjesland verschoof het slagveld al snel naar de IJzerstreek. Dat wilde echter niet zeggen dat de Meetjeslanders het goed hadden. Een groot deel van het Meetjesland werd ‘Etappengebiet’. Bewoners van het Etappengebiet waren erg beperkt in hun bewegingsvrijheid. Ze mochten het Etappengebiet enkel verlaten als ze in het bezit waren van een speciale Duitse reispas. De goederen en de mankrachten in het Etappengebiet werden grotendeels opgeëist door de Duitsers, soms voor een schamele vergoeding.

Het Etappengebiet werd opgedeeld in verschillende ‘Kommandanturen’. Deze Duitse besturen werden gevestigd in enkele Vlaamse gemeenten en zorgden ervoor dat de gemeenten ten dienste stonden van het Duitse leger. De meeste Meetjeslandse gemeenten vielen onder de Kommandantur in Eeklo of Ertvelde. Een Duitse Kommandant stond aan het roer van een Kommandantur.

In het verloop van de Groote Oorlog werden sommige gemeenten ‘Operationsgebiet’. Dit gebied lag nog dichter bij het front en werd daarom onderworpen aan nog strengere regels. In het ‘Operationsgebiet’ mocht je zelfs nauwelijks je wijk verlaten zonder in het bezit te zijn van een Duits paspoort.

Het Meetjesland was ook een grensstreek, de Duitsers hielden de grens met het neutrale Nederland dan ook goed in de gaten. In 1915 begonnen de bezetters aan een elektrische versperring over de volledige lengte van de Belgisch-Nederlandse grens. Deze werd ‘Den Draad’ of ‘De Doodendraad’ genoemd. In 1917 vreesde de Duitse bezetter voor een geallieerde aanval vanuit het neutrale Nederland. Daarom bouwden ze langs de grens een bunkerlinie, genaamd de ‘Hollandstellung’. De bunkers zie je vandaag nog overal opduiken in het landschap. De aanval kwam er uiteindelijk niet.


Leer over de andere Meetjeslandse gemeenten in Wereldoorlog I

Aalter - Assenede - Eeklo - Evergem - Kaprijke - Knesselare - Lovendegem - Maldegem - Nevele - Sint-Laureins - Waarschoot - Zelzate - Zomergem