Maldegem

Maldegem herdenkt de Eerste Wereldoorlog, check onze agenda voor WOI-activiteiten in Maldegem.


Maldegem is een uitgestrekte gemeente in het noordwesten van de provincie Oost-Vlaanderen. Ze is gelegen op het '3-Vlaanderenpunt' van Oost-, West- en Zeeuws Vlaanderen en wordt doorkruist door het Leopolds-en schipdonkkanaal. Maldegem heeft met Adegem, Middelburg en Maldegem drie deelgemeentes. Ga naar www.maldegem.be


Maldegem tijdens de Groote Oorlog

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werden een paar honderden Maldegemnaars opgeroepen om te vechten. Wanneer de Duitsers dichterbij kwamen, sloegen een pak Maldegemnaars op de vlucht, meestal richting Nederland. Op 14 oktober 1914 trokken de eerste Duitse soldaten door Maldegem en sommigen namen hun intrek in de leegstaande huizen. Al snel werd de grens met Nederland afgesloten. Wie van Maldegem naar het nabijgelegen Eede (Nederland) wilde, moest langs Watervliet.

In de eerste maanden van de bezetting viel Maldegem onder de Kommandantur van Eeklo. De Kommandant in Eeklo gaf de orders voor de hele omgeving. Vanaf januari 1915 werd Maldegem Operationsgebiet (gebied dichter bij het front) met een Kaiserliche Kommandantur. Wie vanaf dan Maldegem wilde betreden, moest in het bezit zijn van een Duits paspoort. Omdat Maldegem dichter bij het front lag dan Eeklo, werden de Maldegemnaars geconfronteerd met strengere wetten en voorschriften. Adegem echter, bleef nog steeds deel uitmaken van de Kommandantur van Eeklo.

De bevolking van Maldegem had het zwaar te verduren tijdens de bezetting. Alle 'weerbare' mannen werden ingezet om voor de Duitsers te werken. In totaal werden er 1200 mensen opgeëist, waaronder zelfs vrouwen en kinderen. De Maldegemnaren moesten ook allerlei goederen afstaan aan de bezetters. Van fietsbanden tot dieren en van koper tot eieren, alles werd in beslag genomen. Ook de gemeentekas werd geplunderd. Een pluspunt was dat de Duitsers elektrische leidingen aanlegden in Maldegem en Adegem.

In oktober van 1918 kwam het einde van de Groote Oorlog in zicht. De aftocht van het Duitse leger werd ingezet. Op de weg tussen Gent en Brugge passeerde door Maldegem de ene volgeladen wagen na de andere. De Duitsers pakten bij hun aftocht nog wat ze konden krijgen en namen nog heel wat vee mee.

Maldegem, Adegem en Middelburg waren 'te veroveren gebied' voor de geallieerden. Het Belgische leger voerde een charge uit op de Duitse troepen bij het gehucht Burkel. De Slag bij Burkel blijft in de herinnering als de laatste charge met paarden. Op 20 oktober 1918 kwamen de eerste Belgische soldaten aan in het centrum van Maldegem. Ze zaten de wegvluchtende Duitsers op de hielen, maar de Duitse troepen gaven Maldegem niet zomaar prijs. De gemeente werd nog enkele weken beschoten en gebombardeerd. Pas in november werd Maldegem definitief bevrijd.

Op de markt van Maldegem werd een oorlogsmonument ingehuldigd, in de Sint-Barbarakerk hangt een herdenkingssteen. Ook in Adegem, Middelburg, Kleit en Donk kwamen er in de jaren na de oorlog gedenktekens.




Het Meetjesland tijdens de Groote Oorlog

Na de verovering van Het Meetjesland verschoof het slagveld al snel naar de IJzerstreek. Dat wilde echter niet zeggen dat de Meetjeslanders het goed hadden. Een groot deel van het Meetjesland werd ‘Etappengebiet’. Bewoners van het Etappengebiet waren erg beperkt in hun bewegingsvrijheid. Ze mochten het Etappengebiet enkel verlaten als ze in het bezit waren van een speciale Duitse reispas. De goederen en de mankrachten in het Etappengebiet werden grotendeels opgeëist door de Duitsers, soms voor een schamele vergoeding.

Het Etappengebiet werd opgedeeld in verschillende ‘Kommandanturen’. Deze Duitse besturen werden gevestigd in enkele Vlaamse gemeenten en zorgden ervoor dat de gemeenten ten dienste stonden van het Duitse leger. De meeste Meetjeslandse gemeenten vielen onder de Kommandantur in Eeklo of Ertvelde. Een Duitse Kommandant stond aan het roer van een Kommandantur.

In het verloop van de Groote Oorlog werden sommige gemeenten ‘Operationsgebiet’. Dit gebied lag nog dichter bij het front en werd daarom onderworpen aan nog strengere regels. In het ‘Operationsgebiet’ mocht je zelfs nauwelijks je wijk verlaten zonder in het bezit te zijn van een Duits paspoort.

Het Meetjesland was ook een grensstreek, de Duitsers hielden de grens met het neutrale Nederland dan ook goed in de gaten. In 1915 begonnen de bezetters aan een elektrische versperring over de volledige lengte van de Belgisch-Nederlandse grens. Deze werd ‘Den Draad’ of ‘De Doodendraad’ genoemd. In 1917 vreesde de Duitse bezetter voor een geallieerde aanval vanuit het neutrale Nederland. Daarom bouwden ze langs de grens een bunkerlinie, genaamd de ‘Hollandstellung’. De bunkers zie je vandaag nog overal opduiken in het landschap. De aanval kwam er uiteindelijk niet.



Leer over de andere Meetjeslandse gemeenten in Wereldoorlog I

Aalter - Assenede - Eeklo - Evergem - Kaprijke - Knesselare - Lovendegem - Maldegem - Nevele - Sint-Laureins - Waarschoot - Zelzate - Zomergem