Zomergem

Zomergem herdenkt de Eerste Wereldoorlog, check onze agenda voor WOI-activiteiten in Zomergem.


Centraal in het Meetjesland ligt Zomergem, een trekpleister voor wandelaars en fietsers. Zomergem telt naast Zomergem zelf nog twee deelgemeentes: Ronsele en Oostwinkel. Ga naar www.zomergem.be.


Zomergem tijdens de Groote Oorlog

De eerste vijandelijke troepen kwamen op 13 oktober 1914 van over het Schipdonkkanaal Zomergem binnen. Enkele dagen later werd het klooster van Zomergem bezet door de Duitsers en ook Oostwinkel kreeg vijandelijk bezoek. De meeste Duitsers zetten echter hun tocht verder in achtervolging van de terugtrekkende Belgen.

Alle deelgemeenten van Zomergem vielen tijdens de Duitse bezetting onder de Kommandantur van Eeklo.

Het weinige voedsel dat in omloop was, werd verkocht aan woekerprijzen. De burgers konden nauwelijks rondkomen en sommigen moesten stelen om te overleven. Het klooster stond in voor de wekelijkse bedeling van voedsel en kleding, maar dat was vaak niet genoeg.

De vele molens die Zomergem telde, hadden het zwaar te verduren en de meesten overleefden de oorlog niet. Een bijzonder triestig verhaal kende de molen uit de Zomergemse kruisstraat. Het malen werd tijdens de oorlog praktisch volledig verboden. De molen werd niet meer onderhouden en dat zag de molenaar met lede ogen aan. Hij had zoveel hartzeer voor zijn molen dat hij zich erin verhing. Een jaar na de oorlog werd de molen gesloopt.

Al vroeg in oktober 1918 kregen de Zomergemnaars te horen dat Zomergem Operationsgebiet zou worden. Concreet hield dat in dat er zou gevochten worden in Zomergem. Het strategisch belangrijke Schipdonkkanaal liep namelijk door de gemeente en dat wilden de Duitsers koste wat het kost verdedigen. Half oktober werd Zomergem inderdaad Operationsgebiet. Een paar dagen later werd de kerktoren opgeblazen. De ruïnes van de kerk werden nog wekenlang bestookt met obussen, tot er bijna niets meer van overbleef.

Op 19 oktober 1918 bereikte het Belgische bevrijdingsleger Zomergem. De Duitsers zetten hun verdedigingslinie op aan het Schipdonkkanaal en de gemeente komt in de vuurlinie te liggen. Zomergemnaars ontvluchtten hun gemeente of zochten de schuilkelders op. Ook Ronsele en Oostwinkel lagen onder vuur. Eind oktober 1918 werden in Zomergem ook gasbommen ingezet. Een groot deel van de bevolking was de gemeente dan al ontvlucht. Begin november was geen enkele burger meer te bespeuren in Zomergem, de bombardementen gingen onverstoord door. De Duitsers verlieten de streek rond het Schipdonkkanaal en trokken richting de tweede verdedigingsriem rond het kanaal Gent-Terneuzen. In Zomergem stond niets meer overeind. Op 6 november 1919 kreeg Zomergem bezoek koning Albert I. De koning-soldaat vergaderde in het gemeentehuis en bezocht de gewonde soldaten in het klooster. In een toespraak verklaarde het koninklijk echtpaar dat in Vlaanderen, behalve de IJzerstreek, geen enkele gemeente zo zwaar vernield was als Zomergem.

In Zomergem overleefden 19 mensen de bombardementen niet, 66 mensen stierven tijdens de vlucht naar West-Vlaanderen en 300 soldaten vonden hun dood in de anders zo rustige gemeente. Bijna alle gebouwen waren vernield.

Aan de zijkant van het gemeentehuis staat er een monument voor de gesneuvelden van beide Wereldoorlogen. Ook in de deelgemeente Ronsele staan op het dorpsplein twee monumenten ter ere van de slachtoffers. 


Het Meetjesland tijdens de Groote Oorlog

Na de verovering van Het Meetjesland verschoof het slagveld al snel naar de IJzerstreek. Dat wilde echter niet zeggen dat de Meetjeslanders het goed hadden. Een groot deel van het Meetjesland werd ‘Etappengebiet’. Bewoners van het Etappengebiet waren erg beperkt in hun bewegingsvrijheid. Ze mochten het Etappengebiet enkel verlaten als ze in het bezit waren van een speciale Duitse reispas. De goederen en de mankrachten in het Etappengebiet werden grotendeels opgeëist door de Duitsers, soms voor een schamele vergoeding.

Het Etappengebiet werd opgedeeld in verschillende ‘Kommandanturen’. Deze Duitse besturen werden gevestigd in enkele Vlaamse gemeenten en zorgden ervoor dat de gemeenten ten dienste stonden van het Duitse leger. De meeste Meetjeslandse gemeenten vielen onder de Kommandantur in Eeklo of Ertvelde. Een Duitse Kommandant stond aan het roer van een Kommandantur.

In het verloop van de Groote Oorlog werden sommige gemeenten ‘Operationsgebiet’. Dit gebied lag nog dichter bij het front en werd daarom onderworpen aan nog strengere regels. In het ‘Operationsgebiet’ mocht je zelfs nauwelijks je wijk verlaten zonder in het bezit te zijn van een Duits paspoort.

Het Meetjesland was ook een grensstreek, de Duitsers hielden de grens met het neutrale Nederland dan ook goed in de gaten. In 1915 begonnen de bezetters aan een elektrische versperring over de volledige lengte van de Belgisch-Nederlandse grens. Deze werd ‘Den Draad’ of ‘De Doodendraad’ genoemd. In 1917 vreesde de Duitse bezetter voor een geallieerde aanval vanuit het neutrale Nederland. Daarom bouwden ze langs de grens een bunkerlinie, genaamd de ‘Hollandstellung’. De bunkers zie je vandaag nog overal opduiken in het landschap. De aanval kwam er uiteindelijk niet.


Leer over de andere Meetjeslandse gemeenten in Wereldoorlog I

Aalter - Assenede - Eeklo - Evergem - Kaprijke - Knesselare - Lovendegem - Maldegem - Nevele - Sint-Laureins - Waarschoot - Zelzate - Zomergem